
In een gewone woning kiest u bijna altijd een C-curve. Die vangt de korte opstartpieken van verlichting, pompen en kleine motoren op zonder onterecht uit te vallen. Een D-curve is bedoeld voor kringen met echt zware inschakelstromen: grote motoren, transformatoren, een zware compressor in een atelier. De letter zegt niets over hoeveel stroom de kring mag dragen. Ze zegt alleen hoe snel de automaat reageert op een kortsluiting. Daarom is een “zwaardere” curve nooit een oplossing voor een automaat die te vaak uitvalt. Hieronder leest u wat B, C en D precies betekenen, wanneer welke curve past en wat het AREI van u verwacht.
TL;DR
- De letter (B, C of D) bepaalt vanaf welke kortsluitstroom de automaat meteen uitschakelt: B bij 3 à 5 keer de nominale stroom, C bij 5 à 10 keer en D bij 10 à 20 keer.
- Voor huishoudelijke kringen (stopcontacten, verlichting, de meeste toestellen) is C de gangbare keuze. D is uitzonderlijk en bedoeld voor zware motoren.
- Hoe hoger de curve, hoe lager de impedantie van de kring moet zijn om bij kortsluiting tijdig af te schakelen. Met een D-curve wordt de toegelaten kabellengte dus korter.
- Valt een automaat vaak uit? Dan is de kring meestal overbelast. De oplossing is de kring opsplitsen, niet de curve of het amperage verhogen.
- In België wordt de curve vermeld op het eendraadschema, en elke wijziging moet kloppen met de kabelsectie en de lusimpedantie.
Inhoudsopgave
- Wat de letter op uw automaat betekent
- B, C en D naast elkaar
- Wanneer een C-curve de juiste keuze is
- Wanneer u echt een D-curve nodig hebt
- Waarom een zwaardere curve niet zomaar veiliger is
- Uw automaat valt steeds uit: wat nu?
- Laadpaal, warmtepomp en thuisbatterij: welke beveiliging?
- Wat het AREI van u vraagt
- Onze kijk op C- of D-curves
- Uw verdeelbord laten nakijken of uitbreiden
- Bronnen
Wat de letter op uw automaat betekent
Een installatieautomaat heeft twee beveiligingen in één behuizing. Volgens de informatiefiche van Volta over automaten en smeltveiligheden, het kenniscentrum van de Belgische elektrotechnische sector, werkt die zo:
- Thermische beveiliging (overbelasting). Een bimetaal warmt op wanneer er langere tijd meer stroom loopt dan de nominale waarde. Bij een kleine overbelasting duurt het lang voor de automaat uitschakelt, bij een grote overbelasting gaat het sneller. Zo beschermt hij de kabel tegen oververhitting.
- Elektromagnetische beveiliging (kortsluiting). Een spoel trekt de automaat vrijwel meteen open wanneer de stroom plots een veelvoud van de nominale waarde bereikt.
De getallen op de automaat lezen we zo: C16 betekent een nominale stroom (In) van 16 ampère met een C-karakteristiek. De 16 A bepaalt de thermische kant en moet passen bij de kabelsectie. De letter C bepaalt de magnetische drempel. In de praktijk worden die twee vaak verward: iemand ziet “C” als “sterker” dan “B”, terwijl een B16 en een C16 precies dezelfde continue belasting toelaten.
Volta beschrijft het verschil als een kwestie van gedrag, niet van zwaarte. Een C-curve reageert minder snel op korte inductieve pieken, zoals die van een motor die opstart of een rij ledverlichting die tegelijk aanspringt. Daardoor valt hij minder vaak onterecht uit.
B, C en D naast elkaar
De drempels in de tabel komen uit de Volta-fiche. Om ze concreet te maken, hebben we ze voor een automaat van 16 A uitgerekend.
| Curve | Magnetische drempel | Bij 16 A schakelt hij meteen uit tussen | Typische toepassing volgens Volta |
|---|---|---|---|
| B | 3 à 5 × In | 48 en 80 A | Ohmse belasting: boiler, fornuis, elektrische verwarming |
| C | 5 à 10 × In | 80 en 160 A | Verlichting, kleine motoren |
| D | 10 à 20 × In | 160 en 320 A | Zware motoren |
Die bandbreedte is belangrijk. Een C16 schakelt zeker meteen uit vanaf 160 A en mogelijk al vanaf 80 A. Wil u er zeker van zijn dat een kortsluiting snel wordt afgeschakeld, dan moet de kring de bovengrens halen. Bij een D16 is dat 320 A. Daar komen we zo op terug, want dat is de kern van de keuze tussen C en D.
Bij een C20 ligt de magnetische zone tussen 100 en 200 A. Bij een D20 is dat 200 tot 400 A. Bij hetzelfde amperage vraagt een D-curve dus altijd het dubbele van de stroom die een C-curve nodig heeft om zeker uit te schakelen.

Wanneer een C-curve de juiste keuze is
In de meeste Belgische verdeelborden ziet u C-automaten op de kringen voor stopcontacten en verlichting. Daar zijn goede redenen voor:
- Ledverlichting en voedingen trekken bij het aanschakelen een korte, hoge piek door de condensatoren in hun driver. Op een kring met veel spots kan een B-curve daarop reageren.
- Huishoudtoestellen met een motor of compressor, zoals een wasmachine, droogkast, diepvriezer of vaatwasser, hebben een opstartstroom die even een veelvoud van hun normale stroom bedraagt.
- Computers, televisies en netwerkapparatuur hebben schakelende voedingen met dezelfde inschakelpiek als ledverlichting.
Voor een gewone woning is C dus de logische standaard. Het blijft wel een keuze die moet kloppen met de kring. Ligt de kring heel lang of is de kabel dun, dan moet de installateur controleren of een kortsluiting aan het verste stopcontact nog genoeg stroom geeft om de automaat tijdig te laten uitschakelen. Een B-curve geeft in zo’n geval meer marge, omdat hij al bij een lagere stroom afschakelt. Daarom staat B volgens Volta bij zuiver ohmse verbruikers zoals een boiler of fornuis: die hebben geen opstartpiek, dus de gevoeligere curve kost niets en levert extra veiligheid op.
Wanneer u echt een D-curve nodig hebt
De D-curve hoort volgens Volta bij zware motoren. In een woning of kleine onderneming kan dat gaan om:
- een grote compressor of zaagmachine in een atelier;
- een lasapparaat of een toestel met een grote transformator;
- een pomp of ventilator met een zware motor die direct op het net start;
- bepaalde oudere of grote warmtepompen zonder softstart of inverter. Moderne inverterwarmtepompen starten meestal geleidelijk op en hebben dat niet nodig.
Het criterium is altijd hetzelfde: de opstartstroom van het toestel valt binnen de magnetische zone van een C-automaat en doet hem bij elke start uitvallen, terwijl het toestel en de kabel in orde zijn. Dan pas komt D in beeld. De handleiding van de fabrikant is hier de eerste bron, want die vermeldt vaak welke beveiliging en welke curve het toestel vraagt.
Wat niet in dat rijtje staat: een volledige stopcontactenkring in de keuken, een kring die “af en toe” uitvalt, of een kring waarop u een extra toestel wil aansluiten. Daar lost een D-curve niets op en maakt hij de kring wel minder veilig.
Waarom een zwaardere curve niet zomaar veiliger is
Hier gaat het in de praktijk vaak mis. Een automaat beschermt pas tegen kortsluiting als er bij een fout genoeg stroom vloeit om de magnetische drempel te halen. Hoeveel stroom dat is, hangt af van de impedantie van de foutlus: de netaansluiting, de lengte van de kabel en de sectie van de geleiders. Hoe langer en dunner de kabel, hoe minder kortsluitstroom er aan het einde van de kring overblijft.
Een vereenvoudigde rekensom bij 230 V, zonder netimpedantie of temperatuurcorrectie, laat zien wat dat betekent voor een automaat van 16 A:
| Automaat | Nodig om zeker meteen uit te schakelen | Maximale lusimpedantie (230 V ÷ stroom) |
|---|---|---|
| B16 | 80 A | ca. 2,9 Ω |
| C16 | 160 A | ca. 1,4 Ω |
| D16 | 320 A | ca. 0,7 Ω |
Op dezelfde kabel halveert de toegelaten lusimpedantie bij elke stap van B naar C naar D. Het NEN-artikel over leidingberekening, geschreven voor de Nederlandse norm maar gebaseerd op hetzelfde principe, bespreekt precies dit punt: de maximale lengte van een leiding die nog tegen kortsluiting beveiligd is, hangt af van het type automaat. Een D-automaat op een lange kring van 2,5 mm² kan bij een kortsluiting aan het einde dus te lang blijven inschakelen. Ondertussen warmt de kabel op, en dat is precies het brandrisico dat de automaat moest voorkomen.
Daarom waarschuwt Volta dat de beveiliging aangepast moet zijn aan de sectie van de leiding. Het wijzigen van curve of amperage zonder controle van kabel en lusimpedantie ondermijnt de bescherming. Een elektricien die een C-automaat door een D-automaat vervangt, meet of berekent dus eerst de lusimpedantie van die kring. Een automaat ruilen is iets anders dan een kring herontwerpen.

Uw automaat valt steeds uit: wat nu?
De vraag “welke automaat kiezen” komt vaak voort uit frustratie: de automaat springt, en u wil een exemplaar dat blijft zitten. Gebruik dit stappenplan om te ontdekken wat er werkelijk aan de hand is, en laat het werk aan de zekeringkast aan een erkende elektricien over.
- Noteer wanneer het gebeurt. Valt de automaat uit zodra één bepaald toestel aanslaat, of pas na een tijd wanneer meerdere toestellen tegelijk draaien?
- Na een tijd, bij veel verbruik? Dan reageert de thermische beveiliging: de kring is overbelast. Een andere curve verandert daar niets aan, want B, C en D hebben bij hetzelfde amperage dezelfde thermische werking. Spreid de toestellen of laat de kring opsplitsen.
- Meteen bij het aanschakelen van één toestel? Dan reageert de magnetische beveiliging. Dat kan een opstartpiek zijn, maar net zo goed een defect in het toestel of de kabel. Test het toestel op een andere kring. Valt die ook uit, dan is het toestel verdacht.
- Springt de differentieel in plaats van de automaat? Dan gaat het om een lekstroom naar aarde, vaak door vocht of een defect toestel. Een andere curve helpt dan niet. Volta legt in een artikel over de keuze van de differentieel uit waarom ook dat toestel bij de installatie moet passen.
- Pas als het toestel gezond is, de kabel klopt en de opstartpiek gemeten of gedocumenteerd is, bekijkt de elektricien of een andere curve kan. Daarbij controleert hij de lusimpedantie.
Onze ervaring is dat de oplossing bij een automaat die vaak uitvalt bijna altijd een extra kring of een betere spreiding van de belasting is, en niet een hogere curve of een hoger amperage. Het amperage verhogen zonder dikkere kabel is zelfs ronduit gevaarlijk: de kabel wordt dan niet meer tegen overbelasting beschermd.
Laadpaal, warmtepomp en thuisbatterij: welke beveiliging?
Nieuwe grote verbruikers zijn vandaag de belangrijkste reden om aan het verdeelbord te werken. Elk heeft zijn eigen aandachtspunten.
Laadpaal
Een laadpaal laadt urenlang aan een constante, hoge stroom. Daarom krijgt hij een eigen kring met een automaat die is afgestemd op de kabelsectie, en een gepaste differentieel. Hoeveel ampère en welke sectie u nodig hebt, leest u in ons artikel over de juiste kabelsectie voor een laadpaal. Een laadpaal heeft geen zware motorpiek zoals een compressor, dus een D-curve is daar zelden aan de orde. Driefasig laden stelt wel eisen aan de hele installatie. Bekijkt u bijvoorbeeld de technische fiche van een driefasige laadpaal van 11 tot 22 kW, dan ziet u hoe snel zo’n vermogen tegen de grens van een gewone huisaansluiting aanloopt.
Het echte probleem is bij een laadpaal meestal niet de curve, maar de hoofdzekering. Laadt de auto terwijl de oven, de warmtepomp en de droogkast draaien, dan kan de totale stroom boven uw aansluiting uitkomen. Dynamisch lastbeheer verlaagt dan automatisch het laadvermogen, zodat de hoofdzekering niet uitvalt. Of uw kast moet worden uitgebreid of uw aansluiting verzwaard, leest u in onze artikels over de meterkast uitbreiden voor een laadpaal en wanneer verzwaren echt nodig is.
Warmtepomp
Volg hier eerst de installatiehandleiding van de fabrikant. Die vermeldt de vereiste beveiliging en vaak ook de curve. Inverterwarmtepompen starten meestal zacht op en werken prima met een C-automaat. Alleen bij toestellen met een directe motorstart kan D nodig zijn, en dan altijd na controle van de lusimpedantie.
Thuisbatterij
Een thuisbatterij met omvormer heeft een eigen kring en beveiliging nodig volgens de specificaties van de omvormer, en moet gekeurd worden. In ons artikel over de AREI-keuring van een thuisbatterij leest u welke stappen verplicht zijn.
Wat het AREI van u vraagt
In België regelt het AREI hoe een elektrische installatie beveiligd moet zijn. Voor de keuze van een automaat komt het neer op drie dingen:
- De beveiliging past bij de geleider. Het amperage beschermt de kabel tegen overbelasting, en de curve moet zo gekozen zijn dat een kortsluiting tijdig wordt afgeschakeld. Dat geldt voor elke kring, ook na een aanpassing.
- Het schema vermeldt het type. Sinds de hervorming van 2023 moet het eendraadschema het type beveiliging vermelden: voor een automaat de curve B, C of D, en voor de differentieel het type en de nominale stroom. Dat staat in de toelichting van Volta bij het koninklijk besluit. Wie een B-automaat door een C-automaat vervangt of een C door een D, moet het schema dus ook bijwerken.
- Het materieel voldoet aan de markeringen. Het overzicht van de AREI-wijzigingen bespreekt onder meer de energiebeperkingsklasse 3 op automaten en de vrijstellingen die voor bestaande huishoudelijke installaties gelden.
Bij verkoop van de woning of na belangrijke wijzigingen volgt een keuring. Een automaat met een andere curve dan op het schema staat, of een kring die niet meer klopt met de kabelsectie, leidt dan tot een opmerking. Het is goedkoper om het meteen correct te laten doen.
Onze kijk op C- of D-curves
We zien regelmatig verdeelborden waar iemand “voor de zekerheid” een D-automaat of een hoger amperage heeft geplaatst omdat een kring bleef uitvallen. Dat voelt als een oplossing, want de automaat blijft voortaan zitten. Maar u verschuift het probleem naar de kabel, en daar ziet u het pas als het misloopt.
Onze aanpak is daarom altijd dezelfde. We kijken eerst naar wat er op de kring hangt en hoe zwaar die belast wordt. Daarna controleren we de kabelsectie en de lengte van de kring. Pas dan kiezen we de beveiliging. In de meeste woningen komt dat neer op C-automaten, aangevuld met extra kringen voor de grote verbruikers. Een D-curve plaatsen we alleen waar een toestel dat echt vraagt en de kring het toelaat.
Bij laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen kijken we verder dan de ene kring. Het ontwerp moet ervoor zorgen dat de hoofdzekering nooit overbelast raakt. Daarom werken we met dynamisch lastbeheer: de laadpaal past zijn vermogen aan aan wat de woning op dat moment verbruikt en aan wat de zonnepanelen opwekken. Zo benut u meer eigen zonne-energie zonder dat er iets uitvalt. Alles wordt uitgevoerd conform het AREI, door gecertificeerde installateurs en met uitsluitend A-merken.
— TJ Technics
Uw verdeelbord laten nakijken of uitbreiden
Twijfelt u welke curve er op een kring hoort, valt een automaat steeds uit of plant u een laadpaal of thuisbatterij? Dan bekijken we uw installatie als geheel. Via onze elektriciteitswerken met conformiteitsattest passen we kringen, beveiligingen en het eendraadschema aan volgens het AREI. Wilt u laden zonder dat uw hoofdzekering uitvalt, bekijk dan onze laadpaal met dynamisch lastbeheer. Elk project stellen we op maat samen, en we volgen het van advies tot oplevering duidelijk op.
Bronnen
- Volta: Differentieelschakelaar, -automaat, smeltveiligheden en automaten (informatiefiche 6)
- Volta: Opletten bij de keuze van de differentieel
- Volta: Toelichting bij het koninklijk besluit tot wijziging van de Boeken 1, 2 en 3 van het AREI
- Volta: Wijzigingen aan het AREI die in 2023 in voege traden
- NEN: Leidingberekening met NEN 4010 deel 3
Aanbevelingen
Veelgestelde vragen
- Welke curve gebruikt u voor een gewone huishoudelijke kring?
- Voor stopcontacten en verlichting in een woning is een C-automaat de gangbare keuze, omdat hij de opstartpieken van ledverlichting en toestellen met een motor opvangt. Een B-curve kan zinvol zijn bij zuiver ohmse verbruikers of heel lange kringen. Een D-curve hoort niet op een gewone woonkring.
- Mag ik zelf een C-automaat vervangen door een D-automaat?
- Dat raden we af. Een D-automaat heeft een twee keer hogere kortsluitstroom nodig om zeker uit te schakelen, dus de kring moet een veel lagere lusimpedantie hebben. Dat moet een elektricien meten of berekenen. Bovendien moet de wijziging op het eendraadschema komen, anders krijgt u bij de keuring een opmerking.
- Is een automaat met D-curve sterker dan een met C-curve?
- Nee. Bij hetzelfde amperage laten een C16 en een D16 dezelfde continue stroom toe. Het verschil zit alleen in de magnetische drempel: de D-curve schakelt pas bij een veel hogere piek meteen uit. Daardoor verdraagt hij zware opstartstromen beter, maar beschermt hij lange kringen slechter bij kortsluiting.
- Welke automaat hoort bij een laadpaal?
- Een laadpaal krijgt een eigen kring, met een automaat die past bij de kabelsectie en het laadvermogen, en een gepaste differentieel. Een D-curve is daar zelden nodig, omdat een laadpaal geen zware motorstart heeft. Belangrijker is dat de totale belasting binnen uw aansluiting blijft, en daarvoor zorgt dynamisch lastbeheer.
- Wat betekent het als mijn automaat uitvalt bij het opstarten van één toestel?
- Dat kan een hoge opstartstroom zijn, maar ook een defect in het toestel of de bekabeling. Test het toestel eerst op een andere kring en raadpleeg de handleiding voor de vereiste beveiliging. Laat een elektricien beslissen of een andere curve kan, nadat hij de kring heeft gecontroleerd.
Hulp nodig bij uw eigen installatie?
TJ-Technics plaatst laadoplossingen, thuisbatterijen en energiebeheer in heel Vlaanderen, vanuit Puurs-Sint-Amands. Eén aanspreekpunt, van het eerste advies tot de oplevering.
Verder lezen
- Aardlek type B laadpaal: wanneer is het verplicht?Volgens het AREI wordt een laadpaal gevoed via een apart toegekende stroombaan met een eigen differentieel van maximaal 30 mA. Voor de DC-foutstroom zijn twee oplossingen toegestaan: een differentieel type B, of een…
- 1-fase vs 3-fase: welke aansluiting past bij uw woning?Voor de meeste woningen volstaat 1-fase, want die dekt standaard huishoudelijk verbruik ruim. Overweeg 3-fase zodra u sneller wil laden, een warmtepomp plant of veel zonnepanelen combineert met opslag. De keuze draait…
- Welke thuisbatterij capaciteit kiezen past bij jouw woning?Voor de meeste Vlaamse gezinnen ligt de juiste thuisbatterij capaciteit tussen 4 en 10 kWh. Die marge is breed omdat je verbruiksprofiel, je aantal kWp zonnepanelen en zware verbruikers zoals een warmtepomp of laadpaal…
