TJ-Technics BV, Laadoplossingen & Elektriciteitswerken
Blog

Welke kabelsectie heb je nodig voor een laadpaal?

Voor een laadpaal op 16 A (3,7 kW mono) volstaat doorgaans een kabel van 2,5 mm², terwijl 32 A (7,4 kW mono of 22 kW tri) meestal 6 mm² vraagt bij een korte kabellengte tot 25 meter . De exacte sectie hangt af van de…

6 minuten lezen

Welke kabelsectie heb je nodig voor een laadpaal?

Voor een laadpaal op 16 A (3,7 kW mono) volstaat doorgaans een kabel van 2,5 mm², terwijl 32 A (7,4 kW mono of 22 kW tri) meestal 6 mm² vraagt bij een korte kabellengte tot 25 meter. De exacte sectie hangt af van de afstand tot de meterkast, de spanningsval en de legwijze. Alle installaties moeten voldoen aan AREI en worden gemeld bij Fluvius.


Kort samengevat:

  • Voor een laadpaal van 16 A volstaat meestal een kabel van 2,5 mm², terwijl 32 A meestal een kabel van 6 mm² vereist bij korte afstanden tot 25 meter.
  • Bij lengtes tussen 25 en 50 meter is vaak 10 mm² nodig om spanningsdaling binnen de norm te houden, vooral bij driefasige aansluitingen.
  • Een automatische zekering van 16 A past bij een 2,5 mm² kabel, terwijl 32 A een 6 mm² kabel vereist; de zekering beschermt de kabel, niet andersom.
  • Een type B-differentiële automaat is verplicht tenzij de laadpaal zelf een ingebouwde DC-foutstroomdetectie van minstens 6 mA heeft; controleer dit vooraf.
  • Voor ondergrondse installaties wordt aangeraden een stevige ondergrondskabel te gebruiken en rekening te houden met spanningsverlies bij lange trajecten.

TJ Technics
Laat je laadpaal deskundig installeren
TJ-Technics installeert intelligente laadoplossingen op maat, met dynamisch lastbeheer en opvolging volgens de AREI-standaarden.
Ontdek laadoplossingen

Inhoudsopgave

Aanbevolen kabelsecties per laadvermogen

De juiste sectie hangt samen met het vermogen van de laadpaal, de fasering en de stroom die door de kabel loopt. Bij een standaard koperkabel type XVB tot 25 meter gelden de volgende richtwaarden.

Vermogen Voeding Nominale stroom Aanbevolen sectie (≤25 m) Automaatwaarde
3,7 kW 1-fasig 16 A 2,5 mm² 16 A
7,4 kW 1-fasig 32 A 6 mm² 32 A
22 kW 3-fasig 16 A 2,5 mm² (5G) 16 A
22 kW 3-fasig 32 A 6 mm² (5G) 32 A

Deze waarden gelden voor koperdraad in een gangbare legwijze en bij een beperkte kabellengte. Boven de 25 meter neemt de spanningsval toe en moet je de sectie herberekenen.

  • Bij lengtes van 25 tot 50 meter is 10 mm² vaak nodig om spanningsval binnen de norm te houden.
  • Een tri-fasige aansluiting (5G-kabel) vraagt altijd een aparte ader voor elke fase, nul en aarde.

Beveiliging en differentieel: automaat, type en DC-detectie

De automatische zekering wordt gekozen op basis van de nominale laadstroom, met een kleine veiligheidsmarge ten opzichte van de kabelcapaciteit. Een kabel van 2,5 mm² hoort bij een automaat van 16 A, een kabel van 6 mm² bij 32 A: de automaat beschermt de kabel, nooit andersom.

De keuze van het differentieel is minstens even belangrijk. Een differentieel type B is verplicht, tenzij de laadpaal zelf een ingebouwde DC-foutstroomdetectie van minstens 6 mA heeft. In dat laatste geval volstaat een goedkoper type A, wat tijdens de keuring een belangrijk verschil kan maken.

  • Controleer eerst de technische fiche van de laadpaal op aanwezige DC-detectie.
  • Kies pas daarna het differentieel: type B als standaardkeuze, type A plus interne detectie als alternatief.
  • Documenteer de keuze zodat de controleur ze tijdens de keuring kan verifiëren.

Pro-tip: Bewaar het datasheet van de laadpaal bij je installatiedossier: de controleur vraagt er vrijwel altijd naar.

Kabeltype, legwijze en spanningsval in de praktijk

Voor bovengrondse of ingewerkte trajecten gebruik je doorgaans XVB, terwijl EXVB de voorkeur geniet bij een ondergrondse legging omdat de mantel beter bestand is tegen vocht en mechanische belasting. YMvK is een alternatief voor wie een robuustere kabel wil in moeilijke ondergrondse omstandigheden. Bij een drie-fasige voeding kies je altijd voor een 5G-uitvoering, met een ader per fase plus nul en aarde.

  1. Graaf de sleuf op voldoende diepte en leg de kabel in een TPC-buis bij ondergrondse aanleg.
  2. Plaats een rood waarschuwingsnet boven de kabel zodat latere graafwerken het tracé niet raken.
  3. Bereken de spanningsval bij langere afstanden: boven 25 meter loop je met 6 mm² al snel tegen de grens aan, en moet je overwegen naar 10 mm² te gaan.

Een vuistregel: hoe langer het traject, hoe groter de kans dat je moet opschalen, zelfs als de nominale stroom ongewijzigd blijft.

Meldingen, regelgeving en keuring: wat jij moet regelen

Elke installatie moet voldoen aan AREI hoofdstuk 7.22, dat sinds 2022 specifieke bepalingen voor laadinfrastructuur bevat en verwijst naar de internationale norm IEC 60364-7-722. Een installateur moet bij oplevering kunnen aantonen dat de dedicated stroombaan, de equipotentiaalverbinding en het gekozen differentieeltype aan deze norm voldoen.

Daarnaast ben je als gebruiker zelf verantwoordelijk voor de melding van je laadpaal bij Fluvius, verplicht vanaf een aansluiting van 5 kVA op het laagspanningsnet.

  • Vul de melding in via het Fluvius-portaal voor je de laadpaal in gebruik neemt.
  • Maak een afspraak met een erkend keuringsorgaan voor de gelijkvormigheidscontrole.
  • Leg vooraf de technische fiches, het schema en de differentieelspecificaties klaar.

Waarom dynamisch lastbeheer vaak de slimste keuze is

Dynamisch lastbeheer begrenst het laadvermogen automatisch op basis van wat het huis op dat moment nog aankan, zodat de hoofdzekering nooit wordt overbelast. Dat voorkomt dat je de aansluiting moet laten verzwaren, wat vaak duurder uitvalt dan het systeem zelf. Fluvius beveelt dit aan bij gelijktijdig gebruik van zware verbruikers en een laadpaal, zeker in woningen met zonnepanelen of een thuisbatterij.

Er wordt vaak dynamisch lastbeheer toegepast bij projecten waar laadpaal, zonnepanelen en thuisbatterij samen een rol spelen, zodat de eigen zonne-energie optimaal wordt benut in plaats van teruggeleverd.

Pro-tip: Vraag bij een nieuwe laadpaal altijd na of lastbeheer mogelijk is, ook als je nu nog geen zonnepanelen hebt: het bespaart later een dure aanpassing.

Waarom dynamisch lastbeheer vaak de slimste keuze is — overview diagram

Controle, oplevering en veelgemaakte fouten bij de installatie

Bij oplevering controleer je de sectie en automaatwaarde, het type differentieel, de equipotentiaalverbinding en de mechanische bescherming van de kabel.

  1. Vermijd 2,5 mm² op een lijn die voor 32 A is bedoeld: de kabel raakt oververhit.
  2. Houd rekening met spanningsval bij langere trajecten, niet enkel met de nominale stroom.
  3. Voorzie altijd een aparte stroombaan voor de laadpaal, nooit een aftakking van een bestaand circuit.

Laat de installatie afsluiten met een erkende keuring en gelijkvormigheidscontrole.

Praktijkperspectief: wanneer wijken we af van de standaardtabel?

In de praktijk wordt vaker gekozen voor een grotere sectie dan strikt noodzakelijk, zeker wanneer een woning op termijn een tweede laadpunt of een thuisbatterij krijgt. Een installatie die vandaag net voldoet, is morgen vaak al te krap. Toekomstvastheid en conformiteit met AREI wegen vaak zwaarder dan de goedkoopste kabeldoorsnede op papier.

— TJ Technics

TJ-Technics inschakelen voor een AREI-conforme installatie

Een laadpaal correct laten aansluiten vraagt meer dan de juiste kabelsectie: het vraagt een installatie die vandaag voldoet en morgen nog meegroeit. Er wordt gewerkt met gecertificeerde installateurs en A-merken, met dynamische lastbeheertechnologie die de hoofdzekering nooit laat overbelasten. Dat betekent dat je je eigen zonne-energie optimaal kunt benutten, ook wanneer er later een thuisbatterij bijkomt.

TJ Technics

Of je nu een eerste laadpaal plaatst of een bestaande installatie wil laten controleren op AREI-conformiteit: je kan bij ons terecht voor advies, installatie en integratie met zonnepanelen of thuisbatterij. Vraag een offerte of inspectie aan via onze laadpalenpagina en we bekijken samen welke kabelsectie en welk lastbeheer bij jouw situatie past.

Bronnen

Aanbevelingen

Veelgestelde vragen

Welke elektriciteitskabel kies je voor een laadpaal?
Voor een laadpaal op 16 A gebruik je doorgaans een koperkabel van 2,5 mm², voor 32 A meestal 6 mm², telkens bij een lengte tot 25 meter. Bij een drie-fasige aansluiting kies je voor de 5G-uitvoering van dezelfde sectie.
Is 3x25A voldoende voor een laadpaal?
Een aansluiting van 3x25 A kan driefasige laadpalen van gemiddeld vermogen aan, wat voor veel toepassingen ruim voldoende is. Of de kabelsectie dan volstaat, hangt af van de afstand en de gekozen legwijze, dus controleer dit per project.
Hoe dik moet de kabel zijn voor 32 A?
Bij 32 A over een korte afstand tot 25 meter volstaat een koperkabel van 6 mm². Bij langere trajecten neemt de spanningsval toe en kan een grotere sectie, zoals 10 mm², nodig zijn.
Hoeveel stroom mag maximaal door 2,5 mm²?
Een kabel van 2,5 mm² is in deze toepassing afgestemd op een nominale stroom van 16 A, gekoppeld aan een automaat van dezelfde waarde. Gebruik deze sectie nooit voor een laadpaal die op 32 A werkt, want dat leidt tot oververhitting.
Wanneer is een differentieel type B verplicht bij een laadpaal?
Een differentieel type B is verplicht, tenzij de laadpaal zelf een ingebouwde DC-foutstroomdetectie van minstens 6 mA heeft. Controleer dit altijd in de technische fiche van de laadpaal voor de keuring.

Hulp nodig bij uw eigen installatie?

TJ-Technics plaatst laadoplossingen, thuisbatterijen en energiebeheer in heel Vlaanderen, vanuit Puurs-Sint-Amands. Eén aanspreekpunt, van het eerste advies tot de oplevering.

Verder lezen