
Volgens het AREI wordt een laadpaal gevoed via een apart toegekende stroombaan met een eigen differentieel van maximaal 30 mA. Voor de DC-foutstroom zijn twee oplossingen toegestaan: een differentieel type B, of een differentieel type A met 6 mA DC-detectie, geïntegreerd in de laadpaal of apart geplaatst. Voor u als eigenaar of installateur komt de keuze neer op uw situatie en de coördinatie met de lader.
Kort samengevat:
- Sluit op de aparte laadkring uitsluitend de laadpaal aan; plaats het eigen differentieel van maximaal 30 mA aan het begin van die kring.
- Bij één laadpunt kan type A volstaan als de fabrikant ingebouwde gelijkstroomdetectie vanaf 6 mA documenteert; anders is aparte detectie of type B nodig.
- Bij meerdere laadpunten kunnen gelijkstroomfoutstromen optellen: een type B van 30 mA kan volgens Volta tot 60 mA gelijkstroom doorlaten, wat de groepsindeling beïnvloedt.
- Stem automaat en kabeldoorsnede af op laadvermogen, kabellengte, ligging en beschikbare aansluitcapaciteit; de automaat beschermt de kabel, het differentieel beschermt personen.
- Test na installatie bij type B het differentieel; bij type A met gelijkstroomdetectie controleer je beide toestellen en noteer je type, gevoeligheid en detectieplaats.
Inhoudsopgave
- Wat zegt AREI hoofdstuk 7.22 over voeding en differentiëlen?
- Type B of type A met 6 mA DC-detectie: wat is het verschil?
- Hoe leg je de voeding voor een laadpaal aan in de meterkast?
- Wanneer plaats je stroomopwaarts een type B?
- Onze aanpak: veiligheid eerst, toekomstbestendig daarna
- Hoe we u helpen met een AREI-conforme installatie
- Bronnen
Wat zegt AREI hoofdstuk 7.22 over voeding en differentiëlen?
Hoofdstuk 7.22 van het AREI bepaalt dat elke laadpaal gevoed wordt via een exclusief toegekende stroombaan en beschermd is door een eigen differentieelstroominrichting met een maximale gevoeligheid van 30 mA. De nieuwe bepalingen zijn gebaseerd op IEC 60364-7-722 en omvatten voorschriften voor beschermingsmaatregelen, keuze van materieel en toepassingsgebied voor conductieve laadinrichtingen.
Wat betekent dat in de praktijk?
- Exclusief toegekende stroombaan: op die kring hangt enkel de laadpaal, geen stopcontacten, verlichting of andere verbruikers.
- Eigen differentieel: het toestel beschermt alleen die laadkring. Een foutstroom in een andere kring kan de lader dus niet laten uitvallen, en omgekeerd.
- Maximaal 30 mA: dit is de grens voor de gevoeligheid van het differentieel, ook als u twee laadpunten naast elkaar plaatst.
- Toepassingsgebied: hoofdstuk 7.22 behandelt voorschriften voor conductieve laadinrichtingen voor elektrische voertuigen.
Raadpleeg voor de voorschriften die op uw installatie van toepassing zijn de geldende AREI-tekst en een bevoegde installateur. Welk type differentieel u daarvoor kiest, is de eigenlijke vraag.
Type B of type A met 6 mA DC-detectie: wat is het verschil?
Een laadpaal kan via zijn gelijkrichter gelijkstroomcomponenten in het foutstroompad brengen. Een type A-differentieel reageert niet betrouwbaar op gelijkstroom groter dan 6 mA. Dat kan leiden tot magnetisering van de spoel en verlies van de uitschakelfunctie. Daarom bestaan de twee toegestane routes.
- Type B: moet voldoen aan aanvullende eisen, onder meer IEC 62423, en detecteert wisselstroom met harmonischen, pulserende DC en zuivere DC binnen bepaalde grenzen.
- Type A plus 6 mA DC-detectie (RDC-DD): het type A-differentieel dekt de AC-component, de detectie-inrichting schakelt bij DC-foutstroom vanaf 6 mA. Die detectie zit in veel laders ingebouwd, maar kan ook als apart toestel stroomafwaarts staan.
Bij meerdere laadpunten speelt cumulatie. Een type B van 30 mA kan tot 60 mA DC doorlaten, zodat er stroomafwaarts minder type B-differentiëlen mogen staan dan configuraties met type A plus 6 mA DC.
Een diff. type B van 30 mA kan tot 60 mA DC doorlaten, volgens Volta. Daarom kan de cumulatie van foutstromen invloed hebben op het aantal laadpunten per differentieel.
Denk aan een parkeergarage met meerdere laadpunten. Als elke lader een kleine DC-foutstroom kan veroorzaken, tellen die samen op in het gemeenschappelijke differentieel. Dat ligt dus niet aan de keuze van het type, maar aan de coördinatie van het geheel.
Hoe leg je de voeding voor een laadpaal aan in de meterkast?
Voor een correcte aanleg volgt u deze stappen:
- Leg een aparte, exclusief toegekende kring aan vanaf het hoofdbord naar de laadpaal.
- Plaats het eigen differentieel van maximaal 30 mA in het bord, aan het begin van die kring.
- Kies de automaat of zekering op basis van het laadvermogen en de gekozen kabelsectie.
- Bepaal de kabelsectie volgens lengte, ligging en belasting, zie onze uitleg over de juiste kabelsectie voor een laadpaal.
- Controleer of de laadpaal geïntegreerde DC-detectie heeft: dan volstaat een type A, en dat bepaalt de indeling van het bord.
- Test de kring, label alle toestellen en documenteer de installatie.
Als de meterkast te klein is, volgt u best onze handleiding over het uitbreiden van de meterkast voor thuisladen.
Pro-tip: test na de oplevering niet alleen de uitschakeling van het differentieel, maar noteer ook het type, de gevoeligheid en de plaats van de DC-detectie op het schema, zodat een keurder alles in één oogopslag terugvindt.
Wanneer plaats je stroomopwaarts een type B?
Volgens Volta kan een type B stroomopwaarts een technisch geldige keuze zijn. Volgens Volta biedt het bescherming tegen zowel AC- als DC-foutstromen en is het niet afhankelijk van coördinatie met de lader. Type A plus 6 mA mag bij correcte coördinatie en duidelijke fabrikantinformatie.
- Type B heeft de voorkeur bij meerdere laadpunten, bij onzekerheid over de cumulatie van DC-foutstromen en wanneer u de coördinatie eenvoudig wilt houden.
- Type A plus 6 mA is acceptabel bij een enkelvoudige installatie waar de fabrikant de geïntegreerde detectie documenteert.
- Onderhoud en testen: bij type B test u één toestel, bij type A plus 6 mA controleert u zowel het differentieel als de DC-detectie.
- Fabrikantinformatie: vraag altijd de documentatie van de lader op voordat u het type differentieel vastlegt.
Een plan voor meerdere laadpunten en lastbeheer kan ook op planning van laadinfrastructuur steunen. Dit Duitstalige achtergrondartikel behandelt ontwerp- en planoverwegingen bij meerdere punten.
Onze aanpak: veiligheid eerst, toekomstbestendig daarna

We kiezen bij een nieuwe laadpaalinstallatie niet blind voor het goedkoopste toestel. Onze criteria zijn veiligheid, toekomstbestendigheid en integratie met dynamisch lastbeheer en zonnepanelen. Eerst inspecteren we het bestaande bord en de kabelweg. Daarna kiezen we tussen type B en type A plus 6 mA op basis van het aantal laadpunten en de documentatie van de lader. Daarna testen we alles en leveren we de installatie op met een volledig dossier.
Bij een woning met één laadpunt en een lader met geïntegreerde detectie volstaat vaak type A plus 6 mA. Bij een gedeelde parkeerruimte of een uitbreiding naar meerdere punten plaatsen we liever een type B, zodat we later niet opnieuw het bord moeten openen.
— TJ Technics
Hoe we u helpen met een AREI-conforme installatie

Een laadpaal die correct beveiligd is, laadt veilig en blijft gewoon werken. Wij plaatsen laadpalen voor woningen, bedrijven en VME’s, passen de meterkast aan en koppelen alles aan dynamisch lastbeheer, zonnepanelen en thuisbatterijen. Een gecertificeerde installateur zorgt dat uw kring, differentieel en keuring samen kloppen.
Bekijk onze pagina over laadpalen plaatsen voor woning, bedrijf en VME of vraag meteen een inspectie en offerte aan. We bespreken uw situatie en geven een eenduidig advies over type B of type A plus 6 mA.
Aanbevelingen
Veelgestelde vragen
- Wat is een differentieel type B?
- Een differentieel type B beschermt tegen wisselstroom, pulserende gelijkstroom en zuivere gelijkstroom. Het moet voldoen aan aanvullende eisen, onder meer IEC 62423. Daardoor is het geschikt voor laders die DC-foutstromen kunnen veroorzaken.
- Wat heb je nodig in de meterkast voor een laadpaal?
- U hebt een exclusief toegekende kring nodig met een eigen differentieel van maximaal 30 mA en een passende automaat. De kabelsectie hangt af van lengte en vermogen. Onze uitleg over het uitbreiden van de meterkast toont de praktische stappen.
- Welke zekering heb ik nodig voor een laadpaal?
- Dat hangt af van het laadvermogen, de kabelsectie en de beschikbare capaciteit van uw aansluiting. De automaat beschermt de kabel, het differentieel beschermt personen. Lees ook onze gids over de benodigde kabelsectie.
- Wat is het verschil tussen een aardlekautomaat met B- en C-karakteristiek?
- De karakteristiek B of C slaat op de overstroomafschakeling van de automaat en bepaalt hoe snel die uitschakelt bij kortsluiting. Het type B bij een differentieel gaat over de foutstroomdetectie en is iets anders. Verwar die twee dus niet.
Hulp nodig bij uw eigen installatie?
TJ-Technics plaatst laadoplossingen, thuisbatterijen en energiebeheer in heel Vlaanderen, vanuit Puurs-Sint-Amands. Eén aanspreekpunt, van het eerste advies tot de oplevering.
Verder lezen
- Differentieel type B laadpaal: wanneer is deze verplicht?Voor een vast laadpunt zijn twee beschermingsoplossingen normconform: een differentieel type B van 30 mA, of een differentieel type A van 30 mA gecombineerd met een 6 mA RDC-DD. Welke optie past, hangt af van het aantal…
- Laadpaal thuis installeren in België: € 800–5.000, AREI conformSchakel voor een laadpaal thuis altijd een erkend installateur in: een toegewijde kring en een verplichte AREI-keuring zijn niet onderhandelbaar. Reken op een richtprijs inclusief plaatsing die kan variëren afhankelijk…
- Hoofdzekering en laadpaal: wat kan je veilig aansluiten?Ja, in veel gevallen kan je een laadpaal gebruiken op je bestaande aansluiting: 3,7 kW (16A monofasig) of 11 kW (3x16A driefasig) vallen meestal binnen de mogelijkheden van de hoofdzekering. Vanaf hogere laadstromen…
