TJ-Technics BV, Laadoplossingen & Elektriciteitswerken
Blog

Laadpunt in een VME: de procedure stap voor stap (2026)

U wilt een laadpunt in de ondergrondse garage van uw appartementsgebouw, of u zit in de raad van mede-eigendom en de eerste vragen komen binnen. Er zijn twee wegen. Een mede-eigenaar kan op eigen initiatief en op eigen…

12 minuten lezen

Laadpunt in een VME: de procedure stap voor stap (2026)

U wilt een laadpunt in de ondergrondse garage van uw appartementsgebouw, of u zit in de raad van mede-eigendom en de eerste vragen komen binnen. Er zijn twee wegen. Een mede-eigenaar kan op eigen initiatief en op eigen kosten een laadpunt plaatsen, na een formele melding vooraf. Of de VME kiest voor een collectief project met één gedeelde infrastructuur, waar elke bewoner later op kan aansluiten. In beide gevallen volgen daarna dezelfde stappen: een installatie volgens het AREI, een keuring door een erkend controleorganisme en een melding bij Fluvius. Hieronder ziet u per stap wat u doet, wie beslist en waar het in de praktijk misloopt.

TJ Technics
Laadoplossingen voor uw VME
TJ-Technics installeert intelligente laadoplossingen met dynamisch lastbeheer, zodat de hoofdzekering niet overbelast raakt.
Bekijk laadoplossingen

Kort samengevat

  • Individueel: u meldt uw plan vooraf schriftelijk aan de syndicus (of aan de andere mede-eigenaars als er geen syndicus is), met een beschrijving van de werken. Pas na die termijn start u.
  • Collectief: de algemene vergadering beslist over een gedeelde laadinfrastructuur. Dat kost meer voorbereiding, maar het voorkomt een wildgroei aan losse kabels en ruzie over de kosten.
  • Vanaf meer dan twee laadpunten is slim laden met load balancing volgens Fluvius noodzakelijk, anders volstaat de aansluiting van het gebouw al snel niet meer.
  • Na de installatie: AREI-keuring van de nieuwe kring en melding van de laadpaal via Mijn Fluvius door de gebruiker zelf.
  • Nieuwbouw en grote renovaties van parkings vallen in Vlaanderen onder aparte verplichtingen voor laadinfrastructuur.

Inhoudsopgave

Twee routes: zelf plaatsen of samen investeren

In een appartementsgebouw is de parking bijna altijd deels gemeenschappelijk: de muren, de plafonds, de kabelgoten en de meterruimte horen bij de mede-eigendom, ook als uw staanplaats privé is. Daarom kunt u niet zomaar een kabel van uw meter naar uw plaats trekken zoals op een oprit thuis.

Het Burgerlijk Wetboek regelt dit in de artikelen over mede-eigendom. Fluvius wijst er in zijn handvaten voor elektrisch laden in projecten op dat artikel 3.81 en 3.82 niet alleen over de toestemming gaan, maar ook over het beheer van de gedeelde infrastructuur. Dat onderscheid bepaalt welke route het beste past:

Individueel laadpunt Collectief VME-project
Wie neemt het initiatief? Eén mede-eigenaar De VME, via de algemene vergadering
Wie betaalt? De mede-eigenaar zelf De VME (basisinfrastructuur), gebruikers (eigen laadpunt)
Snelheid Sneller, na de meldingstermijn Trager, afhankelijk van de vergaderkalender
Risico Volgende aanvragers vinden geen capaciteit meer Vooraf afspraken nodig over kostenverdeling
Geschikt voor Kleine gebouwen, één of twee rijders Gebouwen waar meer bewoners elektrisch gaan rijden

In een gebouw met tien of twintig staanplaatsen zal vroeg of laat de helft van de bewoners elektrisch rijden. Wie dan per laadpunt opnieuw een aparte kabel naar een aparte meter trekt, loopt vast op plaatsgebrek in de goten en op de capaciteit van de aansluiting. Daarom adviseren we in de meeste gebouwen om ook bij een individuele aanvraag meteen het gesprek over een gedeelde basis op te starten.

Route 1: u plaatst zelf een laadpunt

De wet geeft een mede-eigenaar het recht om op eigen kosten leidingen en uitrusting in de gemeenschappelijke delen aan te brengen, mits een correcte procedure. In de praktijk ziet die er zo uit:

  1. Lees de statuten en het reglement van interne orde. Daarin staat soms al een regeling voor laadpunten, of een afspraak over de plaats van kabels en tussenmeters. Vraag ze op bij de syndicus.
  2. Laat een technisch voorstel opmaken. Een installateur bekijkt waar u aansluit (op uw eigen meter of een aparte meter), welke kabelweg mogelijk is, welk vermogen haalbaar is en welke beveiliging nodig is. Dat document dient straks als beschrijving van de werken.
  3. Meld het plan schriftelijk en vooraf. U bezorgt de syndicus een aangetekende zending met een beschrijving van de geplande werken. Is er geen syndicus actief, dan richt u die zending aan de andere mede-eigenaars. De wettelijke termijn bedraagt minstens twee maanden voor de start van de werken.
  4. Wacht de reactietermijn af. In die periode kunnen mede-eigenaars met een gegronde reden bezwaar maken, en kan de VME beslissen om de infrastructuur zelf als gemeenschappelijk werk uit te voeren. Komt er geen bezwaar, dan mag u starten.
  5. Laat de installatie uitvoeren volgens het AREI. Met de juiste aardlekbeveiliging, kabelsectie en eventueel een uitbreiding van uw verdeelbord. In ons artikel over de meterkast uitbreiden voor een laadpaal leest u waar dat op neerkomt, en wanneer u een aardlekschakelaar type B nodig hebt.
  6. Laat de nieuwe kring keuren. Zie verder onder de regels.
  7. Meld de laadpaal bij Fluvius. Ook dat doet u zelf, niet de installateur.

Een tip uit de praktijk: bezorg in uw aangetekende zending niet alleen een tekst, maar ook een eenvoudig plan van de kabelweg en de technische fiche van de laadpaal. Hoe concreter het dossier, hoe minder vragen op de volgende vergadering.

Route 2: de VME pakt het collectief aan

Bij een collectief project wordt het laden een gemeenschappelijk dossier, net als een liftrenovatie of een nieuw dak. De stappen:

  1. Peil de interesse. De syndicus of de raad van mede-eigendom vraagt wie nu of binnen enkele jaren elektrisch wil laden. Dat cijfer bepaalt de dimensionering.
  2. Laat een haalbaarheidsstudie maken. Welk vermogen heeft de aansluiting van het gebouw, hoeveel ruimte is er in de technische ruimte, kan er een gemeenschappelijke meter voor het laden komen? Fluvius beschrijft in zijn handvaten onder meer de optie van een gemeenschappelijke meter voor het opladen van elektrische voertuigen in appartementen.
  3. Vraag vergelijkbare offertes op. Laat elke installateur hetzelfde scenario uitwerken: aantal laadpunten nu, aantal later, type load balancing, meetsysteem per gebruiker.
  4. Agendeer het voorstel op de algemene vergadering. Werken aan gemeenschappelijke delen vragen een besluit met een gekwalificeerde meerderheid. Vraag uw syndicus welke meerderheid uw statuten en de wet voor dit concrete besluit vereisen, en zorg dat offertes en plannen samen met de oproeping worden verstuurd.
  5. Leg de afspraken vast. Wie beheert het systeem, hoe wordt het verbruik doorgerekend, wat betaalt een bewoner die pas over drie jaar aansluit?
  6. Installatie, keuring en aanmelding. Daarna volgen dezelfde technische stappen als bij route 1, maar dan voor een niet-huishoudelijke installatie.

Een veelgebruikt model is een gefaseerde uitrol: de VME investeert in de backbone (hoofdkabel, verdeelbord, kabelgoten en het beheersysteem), en elke eigenaar die wil laden koopt daarna enkel zijn eigen laadstation dat op die backbone inplugt. Zo betaalt niemand voor een laadpaal die hij niet gebruikt, en krijgt de laatste aanvrager dezelfde kansen als de eerste.

De regels waaraan elk laadpunt in een VME voldoet

Regel Wat houdt het in? Wie is verantwoordelijk?
Melding aan mede-eigenaars Aangetekende zending met beschrijving, minstens twee maanden vooraf De mede-eigenaar die plaatst
AREI en keuring Installatie volgens het AREI, keuring door een erkend controleorganisme Eigenaar van de installatie (persoon of VME)
Melding Fluvius Laadpaal registreren via Mijn Fluvius De gebruiker
Load balancing Slim laden bij meer dan twee laadpunten Ontwerp door de installateur
Verplichtingen parking Laadinfra bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie Bouwheer of VME
Vergunning Soms een omgevingsvergunning nodig Bouwheer of VME

Keuring volgens het AREI

Volgens Vlaanderen.be moet een elektrische installatie gekeurd worden door een erkend controleorganisme bij de ingebruikname en bij een belangrijke wijziging of uitbreiding, en bestaande installaties periodiek elke 25 jaar. Een laadpunt is zo’n uitbreiding. Belangrijk voor een VME: de gemeenschappelijke delen van een residentieel gebouw vallen onder de regels voor niet-huishoudelijke installaties in het AREI, Boek 1. Koppelt u laadinfra aan de gemeenschappelijke bekabeling, dan gelden strengere controles dan bij een laadpaal op een oprit, en dat weegt op de kostprijs.

Melding bij Fluvius

Sinds juni 2021 moet u een private laadpaal op het laagspanningsnet verplicht aanmelden bij Fluvius. Dat geldt voor laadpalen vanaf 5 kVA, dus vrijwel elke laadpaal van 3,7 of 11 kW. U doet het zelf via Mijn Fluvius. Een plug-en-play laadkabel in een gewoon stopcontact valt onder andere regels.

Verplichtingen voor parkings

Voor nieuwe residentiële gebouwen met minstens twee parkeerplaatsen en voor de renovatie van oudere appartementsgebouwen met minstens tien parkeerplaatsen gelden verplichtingen op het vlak van laadinfrastructuur. De Vlaamse overheid licht op haar pagina over laadpunten bij parkings toe dat het bij een ingrijpende renovatie in principe niet om actieve laadpunten gaat, maar om de voorbereidende infrastructuur zoals buizen en goten. Het parkeerterrein van een VME telt daarbij als één geheel, ook als elke staanplaats een andere eigenaar heeft. Plant uw VME een grondige renovatie van de garage, neem de laadinfra dan meteen mee in het ontwerp.

Omgevingsvergunning

Het Departement Omgeving bespreekt wanneer een laadpaal onder de regels voor stedenbouwkundige handelingen valt. Voor laadpunten in een overdekte garage speelt dat zelden, maar bij laadpalen op een buitenparking of aan de straatkant van het gebouw vraagt u best bij de dienst omgeving van uw gemeente na of een vergunning of melding nodig is.

De techniek die de procedure bepaalt

Veel discussies op een algemene vergadering gaan eigenlijk over techniek. Drie keuzes maken het verschil.

Aansluiten op uw eigen meter of op een gemeenschappelijke meter. Hangt uw meter in een centrale meterruimte ver van uw staanplaats, dan betekent een eigen aansluiting een lange kabel door gemeenschappelijke delen. Een gemeenschappelijke laadmeter met een meetsysteem per laadpunt is vaak eenvoudiger, op voorwaarde dat de afrekening goed geregeld is.

Load balancing. Fluvius stelt in zijn handvaten voor projecten dat slim laden bij meer dan twee laadpunten in een gebouw nodig is. Zonder slimme sturing wordt de benodigde capaciteit van de aansluiting te groot, met hoge kosten of een technisch onhaalbaar project voor latere bewoners als gevolg. Met dynamisch lastbeheer verdeelt het systeem het beschikbare vermogen over de wagens die op dat moment laden, zonder dat de hoofdzekering overbelast raakt. Meer uitleg vindt u in ons artikel over load balancing bij een laadpaal.

Een uitbreidbaar systeem. Kies laadstations die in een cluster samenwerken en waarvan het verbruik per gebruiker uit te lezen is. Systemen zoals de Zaptec laadstations zijn ontworpen voor gedeelde installaties met meerdere laadpunten op één aansluiting.

Drie technische keuzes voor laadinfra in VME

Kosten verdelen en het beheer regelen

De techniek is meestal het makkelijke deel. Het lastige zit in de vraag wie wat betaalt. De Fluvius-handvaten noemen het aanstellen van een laadpuntbeheerder, de VME zelf of een derde partij, essentieel voor de goede werking, het onderhoud en de correcte facturatie. Het voorkomt ook conflicten tussen de eerste aanvragers en wie later aansluit.

Leg deze punten vast in een beslissing van de algemene vergadering of in een aanvulling op het reglement van interne orde:

  • De verdeelsleutel voor de basisinfrastructuur: betalen alle eigenaars mee, of enkel wie een staanplaats heeft?
  • De instapkost voor latere gebruikers: een vast bedrag of een aandeel in de oorspronkelijke investering, zodat de eerste gebruikers niet alles dragen.
  • De afrekening van het verbruik: per kWh via het meetsysteem, met een duidelijke periode en tarief.
  • Onderhoud en storingen: wie belt de installateur, wie betaalt herstellingen?
  • Verkoop van een appartement: het laadstation blijft of verhuist, en wat dat betekent voor de koper.

Denk bij de capaciteitsplanning ook aan bewoners die geen auto maar een elektrische scooter of bromfiets hebben. Hun batterijen zijn veel kleiner, maar ze laden wel lang aan een gewoon stopcontact: een scooterbatterij van 4 kWh laden duurt bijna drie uur. Een paar beveiligde stopcontacten in de fietsenberging, meegenomen in hetzelfde ontwerp, vermijden verlengkabels en brandrisico.

Voor de fiscale kant van een laadpaal, onder meer voor zelfstandigen die in een appartementsgebouw wonen, verwijzen we naar ons artikel over de fiscale aftrek van een laadpaal.

Wie kan de VME helpen?

Een VME is geen bouwbedrijf, en dat merken syndici en raden van mede-eigendom bij elk energieproject. De Minaraad stelt in zijn advies over het Vlaams Gebouwenrenovatieplan dat VME’s structurele begeleiding nodig hebben bij energetische renovaties, en dat het huidige, vaak ad-hoc proces inefficiënt is. Het advies pleit voor een rol voor de Energiehuizen, met kennis, hulpmiddelen voor gemeenschappelijke installaties en duidelijke financieringsmodellen.

Voor uw VME betekent dat concreet: bekijk laadinfra niet als los dossier, maar als deel van een bredere planning. Wie binnen enkele jaren ook het dak, de zonnepanelen of de technische ruimte vernieuwt, legt de kabelwegen best één keer goed aan. Uw lokaal Energiehuis kan u wegwijs maken in ondersteuning voor energieprojecten in uw gemeente.

Wilt u alle regels voor laden in een appartementsgebouw op een rij, dan vindt u een uitgebreider overzicht in ons artikel over de regelgeving voor een laadpaal in een appartement.

Ons standpunt: begin bij de backbone, niet bij de eerste laadpaal

We zien in appartementsgebouwen telkens hetzelfde patroon. De eerste bewoner met een elektrische wagen volgt netjes de meldingsprocedure, laat een kabel naar zijn eigen meter trekken en laadt tevreden. De tweede doet hetzelfde. Bij de derde of vierde is de kabelgoot vol, staat de aansluiting van het gebouw op haar limiet en ontstaat er discussie op de algemene vergadering over wie het probleem moet oplossen.

Ons standpunt: begin bij de backbone, niet bij de eerste laadpaal — overview diagram

Daarom pleiten we ervoor om bij de eerste aanvraag al een plan voor het hele gebouw te maken, ook als er voorlopig maar één laadpunt komt. Een gedeelde basis met dynamisch lastbeheer zorgt ervoor dat de hoofdzekering nooit overbelast raakt, hoeveel wagens er ook tegelijk laden. Heeft het gebouw zonnepanelen op het dak, dan kan het systeem die productie eerst naar de laadpunten sturen. Elke bewoner sluit aan wanneer hij er klaar voor is, met een eigen meting en een eerlijke afrekening.

We werken uitsluitend met A-merken en installeren volgens het AREI, met gecertificeerde installateurs. Voor een VME is één ding belangrijker dan de prijs van de eerste laadpaal: duidelijke opvolging van het eerste overleg met de syndicus tot de keuring, zodat de algemene vergadering beslist op basis van een helder en volledig dossier.

— TJ Technics

Uw laadproject in de VME, van dossier tot keuring

Bent u syndicus, lid van de raad van mede-eigendom of een eigenaar die als eerste wil laden? We maken een technisch voorstel op maat van uw gebouw, met de plannen en beschrijvingen die u nodig hebt voor de aangetekende melding of de algemene vergadering. Daarna installeren we het laadsysteem met dynamisch lastbeheer en begeleiden we de keuring. Bekijk onze aanpak voor laadpalen in appartementen en VME’s en vraag een vrijblijvend advies aan.

Bronnen

Aanbevelingen

Veelgestelde vragen

Moet de algemene vergadering mijn laadpaal goedkeuren?
Voor een individueel laadpunt op eigen kosten is geen voorafgaande goedkeuring nodig, wel een aangetekende melding aan de syndicus of de andere mede-eigenaars, minstens twee maanden vooraf. Binnen die termijn kunnen zij met een gegronde reden bezwaar maken of beslissen dat de VME de werken zelf uitvoert. Kiest de VME voor een collectief project, dan beslist de algemene vergadering wel.
Is een aparte meter nodig voor een laadpaal in een appartementsgebouw?
Niet altijd. U kunt aansluiten op uw eigen meter als de kabelweg en de capaciteit het toelaten, of de VME kan een gemeenschappelijke meter voor het laden plaatsen met een meting per gebruiker. Welke optie het beste is, hangt af van de afstand tot de meterruimte en het aantal toekomstige laadpunten.
Is het verplicht om een laadpaal te melden?
Ja. Een private laadpaal vanaf 5 kVA op het laagspanningsnet moet u aanmelden bij Fluvius via Mijn Fluvius, en dat doet u als gebruiker zelf. Daarnaast moet de nieuwe installatie gekeurd worden door een erkend controleorganisme.
Wat gebeurt er als er geen syndicus is?
In kleine gebouwen zonder actieve syndicus richt u de aangetekende zending met de beschrijving van de werken rechtstreeks aan de andere mede-eigenaars. De rest van de procedure, van installatie tot keuring en melding bij Fluvius, blijft dezelfde.
Wat zijn de regels als er meerdere laadpunten in de parking komen?
Bij meer dan twee laadpunten is slim laden met load balancing volgens Fluvius noodzakelijk. Zo verdeelt het systeem het beschikbare vermogen en blijft de aansluiting van het gebouw volstaan. Spreek ook af wie het systeem beheert en hoe het verbruik wordt doorgerekend.

Hulp nodig bij uw eigen installatie?

TJ-Technics plaatst laadoplossingen, thuisbatterijen en energiebeheer in heel Vlaanderen, vanuit Puurs-Sint-Amands. Eén aanspreekpunt, van het eerste advies tot de oplevering.

Verder lezen