
Selectiviteit betekent dat bij een fout alleen de beveiliging het dichtst bij die fout uitschakelt. Een defecte waterkoker laat dan enkel de automaat van de keukenkring springen. De verliesstroomschakelaar van de hele woning of de hoofdautomaat van Fluvius blijft aan. Zit het niet goed, dan staat je hele huis in het donker voor één kapot toestel. Of de diepvries valt stil omdat er buiten iets misloopt. Hieronder lees je hoe selectiviteit werkt tussen automaten en tussen differentiëlen, wat het AREI van een Belgische woning vraagt en waarom een laadpaal hier een apart verhaal is.
TL;DR
- Selectiviteit = de juiste beveiliging valt eerst uit. De beveiliging stroomafwaarts (dicht bij het toestel) moet sneller reageren dan die stroomopwaarts (aan de ingang van je installatie).
- Er zijn drie soorten: tussen automaten of zekeringen (overstroom), tussen verliesstroomschakelaars in serie (300 mA en 30 mA) en horizontaal tussen kringen die parallel staan.
- Een 300 mA en een 30 mA achter elkaar zijn niet vanzelf selectief. Een vertraagde verliesstroomschakelaar van type S aan de ingang lost dat op.
- Een laadpaal krijgt een eigen kring met eigen beveiliging, parallel geplaatst, zodat een fout in de laadpaal de rest van je woning niet uitschakelt.
- Dynamisch lastbeheer voorkomt dat je laadpaal, warmtepomp en kookplaat samen de hoofdautomaat doen afslaan. Dat is selectiviteit tegen overbelasting.
Inhoudsopgave
- Wat selectiviteit in je zekeringkast betekent
- De drie vormen van selectiviteit
- Is selectiviteit verplicht?
- Selectiviteit bij een laadpaal
- Zo ga je na of je installatie selectief werkt
- Fouten die we in de praktijk tegenkomen
- Hoe wij selectiviteit aanpakken
- Een laadpaal die je installatie respecteert
- Bronnen
Wat selectiviteit in je zekeringkast betekent
Een elektrische installatie is opgebouwd als een boom. Bovenaan zit de hoofdautomaat in de meterkast van Fluvius. Daarna volgt de algemene verliesstroomschakelaar, en daaronder de automaten per stroomkring: keuken, verlichting, wasmachine, buitenstopcontacten, laadpaal. Elke laag beschermt wat eronder hangt.
Gaat er ergens iets mis, dan “zien” meerdere beveiligingen tegelijk die fout. De stroom van een kortsluiting in de keukenkring loopt immers ook door de algemene verliesstroomschakelaar en de hoofdautomaat. Selectiviteit is de afspraak dat de beveiliging het laagst in de boom het eerst reageert. De rest blijft gewoon aan.
De beroepsfederatie van elektrotechnici omschrijft het in haar overzicht van differentieeltypes zo: bij een fout moet de “laatste” differentieel het eerst aanspreken. Voor automaten en zekeringen geldt dezelfde logica.
Waarom is dat belangrijk?
- Comfort: je verliest maar één kring, niet je hele woning.
- Veiligheid: verlichting, de verwarmingsketel of een medisch toestel blijven werken terwijl er elders een fout is.
- Foutzoeken: als enkel de automaat van de garage uitvalt, weet je meteen waar je moet kijken.
- Bescherming van je toestellen: een koelkast of diepvries op een aparte kring springt niet mee uit door een vochtig buitenstopcontact.
De drie vormen van selectiviteit
Als mensen “selectiviteit zekeringen” opzoeken, bedoelen ze vaak drie verschillende dingen door elkaar. Het helpt om ze te scheiden.
| Vorm | Tussen welke toestellen | Tegen welke fout | Hoe je ze bereikt |
|---|---|---|---|
| Overstroomselectiviteit | Hoofdautomaat, automaten, smeltzekeringen | Overbelasting en kortsluiting | Hogere nominale stroom en tragere reactie stroomopwaarts, toestellen die op elkaar afgestemd zijn |
| Verliesstroomselectiviteit (verticaal) | 300 mA en 30 mA in serie | Lekstroom naar aarde | Gevoeligheidsverschil én een vertraagde (type S) schakelaar stroomopwaarts |
| Horizontale selectiviteit | Kringen of differentiëlen naast elkaar | Elke fout | Aparte, parallel geplaatste beveiliging per kring of groep |
Automaten en zekeringen onderling
Bij overstroom zijn er twee situaties. Bij overbelasting vraagt een kring iets te veel stroom, bijvoorbeeld een 16 A-kring waarop 20 A getrokken wordt. De thermische beveiliging grijpt dan na seconden tot minuten in. Selectiviteit is hier vrij eenvoudig: een automaat van 16 of 20 A stroomafwaarts reageert ruim vóór een hoofdautomaat van 40 A.
Bij kortsluiting schiet de stroom in een fractie van een seconde omhoog tot honderden of duizenden ampère. Beide beveiligingen zien dan een enorme stroom, en de magnetische uitschakeling van beide kan bijna gelijktijdig reageren. Dan moet je kijken naar de uitschakelkarakteristiek (B, C of D) en naar de selectiviteitstabellen van de fabrikant. Fabrikanten publiceren daarvoor coördinatiegidsen en online tools. Daarin staat tot welke kortsluitstroom een bepaalde combinatie selectief blijft.
In een gewone woning met een hoofdautomaat van 40 A en kringen van 16 tot 20 A is volledige selectiviteit bij een zware kortsluiting vlak bij het verdeelbord niet altijd haalbaar. Zo’n fout is gelukkig zeldzaam. Waar je wel op mag rekenen: bij overbelasting en bij de meeste kortsluitingen verder in de kring valt alleen de automaat van die kring uit. Daarom is het belangrijk dat je kringautomaten goed gedimensioneerd zijn op de doorsnede van de kabel. Het AREI legt daarvoor richtwaarden vast, zodat elke kring een automaat krijgt die past bij de geleider die hij beschermt.
Verliesstroomschakelaars in serie: 300 mA en 30 mA
Dit is de vorm van selectiviteit waar de meeste Belgische woningen mee te maken hebben. Het AREI vraagt aan het begin van de installatie minstens één algemene verliesstroomschakelaar van 300 mA, met een nominale stroom van minstens 40 A. Daaronder komen schakelaars van 30 mA voor onder meer de badkamer en de wasmachine, droogkast en vaatwasser. Je hebt dus per definitie twee differentiëlen in serie.
De vuistregel is dat de stroomopwaartse schakelaar minstens drie keer minder gevoelig moet zijn dan de stroomafwaartse: 300 mA tegenover 30 mA haalt die factor ruim. Maar gevoeligheid alleen is niet genoeg. Het technische document van Volta over de keuze van de differentieel voor laadpunten legt uit waarom. In een Belgisch TT-net met een aardingsweerstand van 30 Ω kan een foutstroom oplopen tot ongeveer 7 A. Dat is ver boven beide drempels. Beide schakelaars zien de fout dus tegelijk, en niets garandeert dat de 30 mA sneller is dan de 300 mA.
De oplossing is een selectieve verliesstroomschakelaar, type S, aan de ingang van de installatie. Die heeft een ingebouwde uitschakelvertraging van minstens 40 ms. De 30 mA stroomafwaarts krijgt zo de tijd om eerst in te grijpen. Op het front van zo’n toestel zie je een S in een kadertje.

Het gevolg in de praktijk: in een woning zonder type S kan een lek in de wasmachine de hele installatie platleggen. Met een type S valt alleen de 30 mA-groep van de wasmachine uit.
Horizontale selectiviteit: kringen naast elkaar
De derde vorm gaat niet over boven en onder, maar over naast elkaar. Als je meerdere groepen elk achter een eigen 30 mA-differentieel parallel plaatst, raakt een fout in de ene groep de andere niet. Het AREI beperkt ook hoeveel je achter één schakelaar mag hangen: maximaal 8 stroombanen per 30 mA-schakelaar. Dat dwingt je al tot een zekere spreiding.
Een goed ontworpen bord verdeelt slim. Verlichting en de diepvries hangen niet achter dezelfde 30 mA als de buitenstopcontacten, die het vaakst vocht en lekstroom krijgen. Zo blijft er licht als de tuinkring uitvalt, en ontdooit je diepvries niet terwijl je op vakantie bent.
Is selectiviteit verplicht?
Het korte antwoord: het AREI legt de structuur op die selectiviteit mogelijk maakt. Dat is een algemene 300 mA aan de ingang, 30 mA voor de natte ruimtes en specifieke toestellen, een eigen beveiliging per kring en automaten die passen bij de kabeldoorsnede. De keurder controleert die opbouw bij de keuring van je installatie.
Volledige selectiviteit tegen elke denkbare kortsluiting is in een woning geen haalbare eis. Bij twee verliesstroomschakelaars in serie geldt wel dat technische richtlijnen zoals die van Volta een type S aan de ingang essentieel noemen zodra er 30 mA-schakelaars voor eindkringen achter zitten. Wie vandaag een bord vernieuwt of uitbreidt, laat dat dus best meteen correct uitvoeren.
Twijfel je of jouw bord in orde is, bijvoorbeeld bij een oudere woning, na een verkoop of na eigen aanpassingen? Laat dan een erkende elektricien of een keuringsorganisme kijken. Een fout ontwerp voelt niet onveilig aan tot de dag dat de verkeerde schakelaar uitvalt, of net niet uitvalt.
Selectiviteit bij een laadpaal
Een laadpaal is het toestel dat in de meeste woningen het meeste vermogen vraagt, en dat urenlang. Bovendien kan hij gelijkstroomfouten veroorzaken. Dat maakt hem tot een speciaal geval voor selectiviteit.
Een eigen kring, parallel geplaatst
Volgens het AREI en de richtlijnen van Fluvius moet een laadpaal op een exclusieve, toegewijde kring rechtstreeks vanaf het verdeelbord. Dat is dus geen gewoon stopcontact. Elk laadpunt krijgt een eigen 30 mA-verliesstroomschakelaar, type A of B, en een detectie van gelijkstroomlekken van 6 mA. Die beveiliging staat parallel met de rest van je installatie. Dat is horizontale selectiviteit in de zuiverste vorm: een fout in de auto of de kabel schakelt alleen de laadpaal uit.
De kabel moet passen bij het vermogen. Voor een monofasige wallbox van 7,4 kW is minstens 6 mm² nodig. Bij 11 kW driefasig volstaat vaak 2,5 mm², afhankelijk van de kabellengte en het spanningsverlies. De automaat van de laadkring wordt daarop afgestemd.
Meerdere laadpunten: let op de DC-detectie
Bij twee of meer laadpalen, in een gezin met twee elektrische wagens, een kmo of een appartementsgebouw, zien we een fout die vaak gemaakt wordt. Men plaatst alle laadpunten achter één gemeenschappelijke 6 mA DC-detectie. De gelijkstroomlekken van de verschillende laadpunten tellen dan op en kunnen die detectie verzadigen, waardoor ze niet meer reageert bij een echt gevaarlijk defect. Dat is het omgekeerde van selectiviteit: in plaats van de juiste beveiliging valt er geen enkele uit. De conforme oplossing is één kring per laadpunt, elk met een eigen 30 mA en eigen DC-detectie, parallel geplaatst.
Waarom de hoofdautomaat de zwakke schakel is
Een laadkring van 32 A, een warmtepomp, een inductiekookplaat en een droogkast: samen trekken die vlot meer dan wat een hoofdautomaat van 40 A toelaat. Elke kringautomaat blijft binnen zijn grens, maar de som niet. Dan springt de hoofdautomaat van Fluvius, de beveiliging helemaal bovenaan. Je hele woning valt uit, en die automaat zit in het verzegelde deel waar je niet zelf aan mag komen.
Geen enkele combinatie van automaten lost dat op. Daarvoor heb je dynamisch lastbeheer nodig. Een meter op de aansluiting meet continu wat de woning verbruikt, en de laadpaal past zijn laadstroom daaraan aan. Kookt iemand, dan laadt de auto even trager. Schijnt de zon op je panelen, dan gaat hij net sneller. In ons artikel over wat je veilig op je hoofdzekering kunt aansluiten rekenen we dat voor typische Belgische aansluitingen uit. Of jij het nodig hebt, lees je in load balancing: nodig of overbodig.
Bij projecten met meerdere laadpunten geldt hetzelfde op grotere schaal. In de richtlijnen van Fluvius voor laadprojecten staat dat installaties met meer dan twee laadpunten slim laden gebruiken om het aansluitvermogen te beperken.
Zo ga je na of je installatie selectief werkt
Je hoeft geen elektricien te zijn om een eerste indruk te krijgen. Open alleen het deel van je bord dat voor jou toegankelijk is.
- Bekijk het eendraadsschema. Bij een gekeurde installatie hoort een schema bij het keuringsverslag. Daarop zie je welke differentiëlen in serie of parallel staan en welke kringen eronder hangen.
- Zoek de S. Kijk op de algemene verliesstroomschakelaar aan de ingang of er een S in een kadertje staat. Staat er 300 mA zonder S en hangen er 30 mA-schakelaars onder, dan is de selectiviteit tussen beide niet gegarandeerd.
- Tel de kringen per 30 mA. Meer dan 8 stroombanen achter één schakelaar is niet conform.
- Controleer de laadpaal. Heeft hij een eigen kring met een eigen 30 mA type A met 6 mA DC-detectie, of type B? Hangt hij niet samen met andere toestellen achter één schakelaar?
- Let op het gedrag bij een fout. Valt bij een lek in de tuin telkens alles uit in plaats van één groep? Dan is de opbouw niet selectief.
Valt de stroom uit en weet je niet waar het probleem zit? Volg dan het stappenplan van Fluvius. Zet de hoofdautomaat, de verliesstroomschakelaar en alle zekeringen uit. Schakel daarna de voeding weer in en zet de kringen één voor één terug aan. De kring die opnieuw uitvalt, is de boosdoener. Open nooit het verzegelde deel van de installatie: dat is verboden en kan een boete opleveren. Valt dezelfde kring telkens opnieuw uit, of ruik je een brandgeur? Laat de kring dan uit en bel een elektricien.
Fouten die we in de praktijk tegenkomen
- Twee differentiëlen van 300 mA en 30 mA in serie, zonder type S. Dit is het meest voorkomende probleem. Het werkt op papier, maar bij een echte fout vallen ze vaak samen uit.
- Een laadpaal op een bestaande kring of achter de 30 mA van de garage. Dat is niet conform, en elke fout in de laadpaal schakelt ook de garagepoort en de diepvries uit.
- Meerdere laadpalen achter één DC-detectie. Hierdoor kan de detectie verzadigen en niet meer reageren.
- Een kringautomaat die zwaarder is dan de kabel toelaat. Zo wordt een te dunne kabel niet beschermd tegen overbelasting.
- Uitbreidingen zonder nieuw schema. Een extra zekeringkast in de garage of op zolder krijgt soms een eigen differentieel zonder dat iemand naar de samenhang met het hoofdbord kijkt.
- Geen lastbeheer bij een zware laadpaal. Elke kring is in orde, maar samen overbelasten ze de hoofdautomaat.
Hoe wij selectiviteit aanpakken
Bij elke laadpaal, thuisbatterij of EMS die we plaatsen, bekijken we eerst het bestaande bord. Niet alleen de vrije plaats op de rail, maar de hele opbouw: welke hoofdautomaat, welke differentiëlen, wat staat in serie en wat parallel. Een nieuw toestel dat zelf perfect beveiligd is maar de rest van de woning laat uitvallen, is voor ons geen goede installatie.
We werken conform het AREI, met uitsluitend A-merken. Elk laadpunt krijgt zijn eigen kring en zijn eigen beveiliging, zodat een fout lokaal blijft. Waar nodig stellen we voor om de algemene verliesstroomschakelaar te vervangen door een selectief type. Dat leggen we vooraf uit, zodat je weet waarom.
De beveiliging die het vaakst over het hoofd wordt gezien, is de hoofdautomaat zelf. Daarom sluiten we elke laadoplossing aan met dynamisch lastbeheer. Je hoofdzekering raakt zo nooit overbelast, en je eigen zonnestroom gaat eerst naar je auto of batterij. Zo is selectiviteit geen theorie uit een tabel, maar iets wat je merkt: het licht blijft branden, de auto laadt, en als er toch iets misgaat, weet je meteen welke kring het is.
— TJ Technics
Een laadpaal die je installatie respecteert
Wil je een laadpaal laten plaatsen en twijfel je of je zekeringkast dat aankan? Dan bekijken we je bord, je aansluiting en je verbruik, en stellen we een oplossing op maat voor met een toegewijde kring, de juiste verliesstroomschakelaar en dynamisch lastbeheer. Je krijgt duidelijke opvolging van advies tot oplevering. Bekijk ons aanbod voor een laadpaal aan je woning, bedrijf of VME. Moet je bord eerst aangepast worden? Dan kan dat via onze elektriciteitswerken met conform attest. Wil je eerst weten wat het kost? Lees dan wat een laadpaalinstallatie in België echt kost.
Bronnen
- Nelectra: welke types differentieels bestaan er en waar zet je ze in
- Atlas Contrôle: laadpaal installeren volgens het AREI
- ACA: praktische gids huishoudelijke installaties (maart 2025)
- Volta: keuze van de differentieelschakelaar voor EV-laadpunten
- Fluvius: handvaten elektrisch laden in projecten
- Fluvius: stappenplan bij stroomonderbreking
Aanbevelingen
Veelgestelde vragen
- Wat is selectiviteit in een zekeringkast?
- Selectiviteit betekent dat bij een fout alleen de beveiliging het dichtst bij die fout uitschakelt. De beveiligingen hoger in de installatie, zoals de algemene verliesstroomschakelaar en de hoofdautomaat, blijven aan. Zo valt maar één kring uit in plaats van je hele woning.
- Zijn een 300 mA- en een 30 mA-differentieel samen automatisch selectief?
- Niet gegarandeerd. Bij een zware lekstroom zien beide schakelaars de fout tegelijk en kunnen ze samen uitvallen. Een vertraagde verliesstroomschakelaar van type S aan de ingang geeft de 30 mA stroomafwaarts de tijd om eerst te reageren.
- Mag mijn laadpaal achter de bestaande 30 mA-differentieel van de garage?
- Nee. Een laadpaal hoort op een eigen, toegewijde kring met een eigen 30 mA-verliesstroomschakelaar, type A met 6 mA DC-detectie of type B. Die beveiliging staat parallel met de rest, zodat een fout in de laadpaal geen andere kringen uitschakelt.
- Waarom springt mijn hoofdautomaat als de auto laadt en ik kook?
- Elke kring blijft dan binnen zijn grens, maar het totale verbruik overschrijdt de hoofdautomaat. Een strengere automaat lost dat niet op. Dynamisch lastbeheer doet dat wel: de laadpaal verlaagt automatisch zijn vermogen zolang de rest van de woning veel vraagt.
- Kan ik zelf controleren of mijn installatie selectief is?
- Een eerste indruk wel: bekijk het eendraadsschema, kijk of de algemene verliesstroomschakelaar een S draagt en hoe je kringen verdeeld zijn. Voor een echte beoordeling, zeker bij een laadpaal of uitbreiding, laat je een erkende elektricien of keurder kijken. Open nooit het verzegelde deel van de meterkast.
Hulp nodig bij uw eigen installatie?
TJ-Technics plaatst laadoplossingen, thuisbatterijen en energiebeheer in heel Vlaanderen, vanuit Puurs-Sint-Amands. Eén aanspreekpunt, van het eerste advies tot de oplevering.
Verder lezen
- Hoofdzekering en laadpaal: wat kan je veilig aansluiten?Ja, in veel gevallen kan je een laadpaal gebruiken op je bestaande aansluiting: 3,7 kW (16A monofasig) of 11 kW (3x16A driefasig) vallen meestal binnen de mogelijkheden van de hoofdzekering. Vanaf hogere laadstromen…
- Laadpaal in een carport: zo pak je het veilig en slim aanEen laadpaal in je carport is een van de handigste plekken om thuis te laden: je auto staat droog, de kabel hangt uit de regen en je hoeft niet over de oprit te sukkelen met een losse laadkabel. Het kan perfect, maar…
- Aardlek type B laadpaal: wanneer is het verplicht?Volgens het AREI wordt een laadpaal gevoed via een apart toegekende stroombaan met een eigen differentieel van maximaal 30 mA. Voor de DC-foutstroom zijn twee oplossingen toegestaan: een differentieel type B, of een…
